“Op School”: het volgen van de sociaal-emotionele ontwikkeling

 

Waarom moeilijk doen?

 

Alle scholen hebben een duidelijke taak: op een transparante, periodieke, handelingsgerichte wijze volgen van de sociaal-emotionele ontwikkeling van hun leerlingen.

Maar hoe pak je dat aan?

Voldoet het wel aan de eisen die door de Onderwijsinspectie worden gesteld?

Hoe vind je een systeem:

  • dat gebruiksvriendelijk is,
  • niet teveel tijd kost
  • waar je niet verzuipt in allerlei vragen, kleuren, afkortingen
  • je na het invullen nog niet weet wat je moet doen
  • waarbij iedere leerling individueel tot zijn recht komt en niet wordt gedegradeerd tot een letter of cijfer?

 

Kortom: je bent op zoek naar een systeem waar je iets aan hebt en waarvan de uitkomsten ten goede komen aan de leerling, de groep en de hele school. Dat zicht geeft op het welbevinden van de leerlingen en de sociale veiligheid vergroot.

 

De eisen van de Onderwijsinspectie:

Vaak was de reden voor scholen om niet met “Op School” te gaan werken dat het niet een genormeerd systeem is. Dat was voorheen de eis van de inspectie. Nu het goede nieuws. In het kader van het nieuwe inspectiekader is de noodzaak van een door de Cotan goedgekeurd leerlingvolgsysteem komen te vervallen. In een mail naar ons schreef de inspectie:

De inspectie stelt geen eisen aan de verschillende leerlingvolgsystemen. Scholen zijn wettelijk verplicht een leerlingvolgsysteem te gebruiken. Een school moet dus kunnen aantonen dat zij de voortgang van de leerling volgt door middel van een “leerlingvolgsysteem”, maar welk systeem de school hanteert is het eigen beleid.

 

“Op School” werd door de Cotan als systeem inhoudelijk positief beoordeeld. Ook over de ingebouwde mogelijkheid handelingsplannen te maken was men tevreden. Het moest alleen statistisch meer onderbouwd worden om als genormeerd systeem beoordeeld te kunnen worden.

Het is een principieel besluit geweest dat niet te gaan doen.

 

Wij willen niet werken met vier- of vijfpuntschalen. Daar hebben wij volgende bezwaren tegen:

  • de sociaal-emotionele ontwikkeling uitdrukken in vier- of vijfpuntsschalen zegt weinig.
  • de vooruitgang of achteruitgang in de ontwikkeling kunnen veel factoren meespelen die niets met de leerling te maken hebben, maar met de mening van de leerkracht, de situatie in de klas of de momentopname.
  • er zit in elk systeem een subjectiviteit die door de scores minder zichtbaar wordt.
  • welk kindbeeld zit achter de hoogste score? Past dat beeld bij de visie van de school en welke rol speelt het karakter van het kind mee in de score?
  • veel leerkrachten hebben moeite met zo’n schaal. Het verschil tussen de punten in de school is vaak moeilijk vast te leggen.
  • de vragen zijn soms moeilijk te doorgronden. Veel antwoorden hangen af van de situatie waarin de leerling of de klas zich bevindt. Een leerling kan zich bij één bepaald vak heel anders gedragen dan bij een andere vak. Welke score moet je dan geven?

 

Wat zijn de mogelijkheden in “Op School” ?

In “Op School” beschrijft de leerkracht aan de hand van positieve en negatieve gedragingen de leerling. Hij scoort alleen die gedragingen die hij het meest van toepassing vindt op de leerling. Hij kan gedragingen toevoegen en hij kan gedragingen nuanceren.

 

Aan de hand van vijf kernvragen bepaalt de leerkracht of hij zich zorgen maakt over de leerling. De leerkracht bepaalt zelf, in overleg met de intern begeleider, of hij een handelingsplan zal maken.

 

Vervolgens biedt het systeem 10 basishandelingsplannen link naar de download die kunnen worden bewerkt zodat het past bij de leerling en je evalueert periodiek de werking ervan.

Daar heb je tenminste iets aan!

 

Van alle onderdelen kunnen per leerling, per groep en voor de hele school rapportages worden gemaakt. Daarvan kunnen vervolgens weer analyses worden gemaakt waar veel informatie kan worden afgeleid als basis voor de organisatie in de groep en welke problemen er wellicht schoolbreed spelen. Er ontstaat zo letterlijk een rode draad door de hele schoolloopbaan en dit onderdeel biedt alle informatie die nodig is voor de verantwoording aan een bovenschoolse directie, bestuur en de inspectie.

 

En niet onbelangrijk: “Op School” vermindert de werkdruk want je volgt wel alle leerlingen maar is er weinig aan de hand dan kost het ook weinig tijd. Die tijd besteed je dan aan de leerlingen waar echt een handelingsplan voor nodig is. En als er niets is veranderd is de tweede screening zo gedaan. Is er wel iets veranderd? Dan kun je de eerdere screening aanpassen.

 

De leerlingvragenlijst “Ik op school”

De leerlingvragenlijst kan vanaf groep 5 door de leerlingen zelf worden ingevuld. Ze krijgen eigen inloggegevens waarmee ze in de lijst kunnen werken. Bij jongere kinderen kan de lijst met hulp worden ingevuld. Dit is een zeer belangrijk instrument. Het moet niet beïnvloed worden door de taal- of leesproblemen. Daarom doet de lijst in “Op School” een minimaal appel doet op de taal- en de leesvaardigheid van de leerling. Aan de hand van eenvoudige situatie kan de leerling met behulp van smiley’s aan geven hoe hij zich in die situatie voelt: blij-gewoon-boos-bang-verdrietig. Hij kan bij elk item een toelichting geven. De vragenlijst van “Op School” nodigt de leerkracht direct uit tot een gesprek met de leerling.

 

De scholen zijn erg enthousiast over het gebruik van deze lijst. Als scholen een ander programma gebruiken voor het volgen van de sociaal-emotionele ontwikkeling maar wel gebruik willen maken van de smiley lijst dat kan dat.

“Ik op school” wordt als apart onderdeel aangeboden.

Het blijkt te leiden tot een veel inhoudelijker en concreter gesprek met de leerling.

 

De vragenlijst “sociale veiligheid”:

De vragenlijst Sociale Veiligheid bestaat uit 10 vragen: vijf vragen over pesten en 5 vragen over gepest worden.

Geeft een leerling aan dat hij zich niet veilig voelt op school, dan krijgt hij automatisch nog 3 vragen.

  1. heeft hij melding gemaakt dat hij wordt gepest bij de leerkracht;
  2. heeft hij melding gemaakt dat hij wordt gepest bij de ouders;
  3. wordt hij door klasgenoten en/of door andere kinderen op school gepest wordt.

 

Dat is informatie waarmee je als leerkracht direct aan de slag kunt gaan. Samen met de leerlinglijst krijg je een goed beeld van hoe de leerling zich voelt op school en weet je waarover je in gesprek moet komen met de leerling.

Deze lijst is bedoeld voor intern gebruik van de school met als doel het daadwerkelijk vergroten van de sociale veiligheid. Voor de verantwoording aan de inspectie adviseren wij de scholen de vragen van “Vensters” te beantwoorden. Daarmee voldoet de school aan de wettelijke eis.

 

Wil je graag zien hoe het werkt? We komen graag langs voor een presentatie.

 

Klik hier voor het contactformulier:

 

Privacyverklaring

In “Op School” worden persoonsgegevens van leerlingen verwerkt. Het is in het kader van de bescherming van de privacy belangrijk aan te geven hoe de Onderwijspraktijk met deze gegevens omgaat en op welke wijze ze worden gebruikt. De Onderwijspraktijk Harry Janssens onderschrijft de bepalingen in het Convenant Digitale Onderwijsmiddelen en Privacy en is toegetreden tot dat Convenant als Convenantpartij. https://www.privacyconvenant.nl/de-deelnemers

Voor meer informatie zie Privacy links in het menu.

 

Belangrijk voor ParnasSys-gebruikers

De Onderwijspraktijk heeft voor "Op School" een administratieve koppeling met Parnassys.

Daarmee kunnen gegevens van leerlingen en groepen rechtstreeks vanuit Parnassys in "Op School" worden ingevoerd. De kosten van deze koppeling bedragen € 0,10 per leerling per schooljaar. Dit bedrag moeten wij afdragen aan Parnassys.

Dit systeem gaat gedurende het nieuwe schooljaar veranderen. Hoe dat eruit gaat zien weten we nog niet.

 

Bij "Het programma staat "Op School"verder inhoudelijk uitgewerkt.