De voordelen

 

  • “Op school” is een webbased programma, dat wil zeggen dat je er op elke computer met toegang tot internet mee kunt werken, ook thuis. Dus geen programma’s installeren of risico’s lopen gegevens kwijt te raken.
  • Het is een gebruiksvriendelijk programma dat geruime tijd is uitgetest door scholen. Hun op- en aanmerkingen en wensen zijn verwerkt met deze versie als resultaat.
  • Wanneer de screening aanleiding geeft tot verdere actie wordt door het systeem een handelingsplan aangemaakt. Er zijn tien basishandelingsplannen waarvan de werking in de praktijk uitgebreid is getoetst. Na het beantwoorden van een aantal onderdelen komt de leerkracht uit op een basishandelingsplan dat vervolgens leerling-specifiek gemaakt moet worden. Op welke onderdelen dat geconcretiseerd moet worden staat in de tekst duidelijk aangegeven.
  • Er wordt in het volgsysteem niet gewerkt met 4- of 5-puntschalen. Het nadeel van zulke schalen:
    • indien een leerling niet erg opvalt bij een leerkracht dan is de neiging groot om gemiddelden te scoren;
    • vaak worden voor het vaststellen van een bepaald gedragskenmerk van de leerling meerdere vragen gesteld, waarop de leerkracht kan scoren. Bij het optellen van de scores kan een vervlakkend beeld ontstaan dat het kind en de leerkracht onrecht aandoet. Bij een 5-puntschaal zegt een score van een 1 en 5 op twee vragen die hetzelfde gedragskenmerk beogen iets heel anders dan een score van twee drieën hoewel bij het optellen ze allebei een score van 6 hebben. Die score van 1 is misschien erg zorgelijk en kan natuurlijk niet weggestreept worden door een 5 op een andere vraag. De vervlakkende werking van het optellen van scores kan alleen opgelost worden door heel veel vragen te stellen met betrekking tot bepaalde gedragskenmerken. Het nadeel is dan dat het volgen van de leerlingen aan de leerkrachten heel veel werk gaat kosten

Bij bepaalde vragen op 4- of 5 puntschalen is het voor een leerkracht bijzonder moeilijk een score te geven. Stel dat er gevraagd wordt of een leerling in staat is om ruzies uit te praten, dan kan een lage score verschillende interpretaties geven.

    • De leerling kan echt geen ruzies uitpraten. Hij slaat er steeds echt op los als er ruzie is of hij loopt steeds naar de leerkracht
    • De leerling heeft nooit ruzie en de leerkracht heeft daarom nooit gezien of hij zoiets kan uitpraten.
    • De leerling is nog te jong om zoiets te kunnen. Er is niet sprake van niet-kunnen maar nog-niet-kunnen.
    • De leerling kan ruzies niet uitpraten vanwege de taal.

Bij de eerste reden is een lage score terecht. Bij de andere drie redenen kan de leerkracht dit item niet goed scoren. De lage score kan dan wel eens verkeerd geïnterpreteerd worden!

  • De leerkracht blijft altijd degene die de touwtjes in handen heeft en de beslissingen neemt. Immers, hij/zij moet de plannen uitvoeren en kan een plan maken dat past bij het kind, de leerkracht en de groep.
  • Er is wel een duidelijke rol voor de ib-er en de directie. Zij kunnen meekijken in de dossiers en reageren via een mail.
  • Het biedt theoretische informatie wat een competentieverhogend aspect van het programma is.\
  • Het voorkomt onnodige werkzaamheden zodat te grote werkdruk wordt voorkomen.
  • Door de gegevens per schooljaar te archiveren blijft alles bewaard en ontstaat er per leerling, per groep en per school een doorgaande lijn.
  • Scholen die de inspectie al op bezoek hebben gehad, zijn op dit onderdeel goed beoordeeld.
  • Er zit geen verplicht invoeringstraject aan vast. Introductie hoort erbij, voor verdieping kunnen aanvullende afspraken worden gemaakt.
  • Contract wordt per jaar afgesproken.